De ademhaling, huidskleur, spierspanning, hartslag en de reactie van de baby op prikkels worden gecontroleerd.
De vroedvrouw/verpleegkundige kleedt uw baby aan of wikkelt de baby in een deken.
Dan krijgt u uw baby in uw armen. Als u een keizersnede heeft gehad, kan uw partner de baby vasthouden totdat uw wond is verzorgd.
Als uw baby de borst zoekt, kunt u haar of hem voor het eerst borstvoeding geven. Een vroedvrouw kan u daarbij helpen.
U wordt gewassen en samen met uw baby naar uw kamer gebracht. U en uw baby kunnen een paar dagen in het ziekenhuis blijven en zich laten verzorgen. In veel ziekenhuizen kan ook uw partner overnachten.
U kunt er ook voor kiezen om een paar uur na de geboorte met uw baby naar huis te gaan. Dat is mogelijk als het goed met u gaat en uw baby gezond is.
De weken na de geboorte
In de eerste weken na de geboorte zijn er regelmatig controle-onderzoeken van uw baby. De eerste onderzoeken zijn nog in het ziekenhuis. Later gaat u naar een kinderdokter. U krijgt een 'geel boekje' waarin alle controle-onderzoeken van uw kind worden vermeld.
Een paar dagen na de geboorte onderzoekt de dokter uw baby zorgvuldig. De dokter onderzoekt het hart en de longen, het lichaam, de wervelkolom, de reflexen, de heupen, ogen ...
Uw baby kan in de eerste week na de geboorte gewicht verliezen, ook als u regelmatig melk en voeding geeft. Dit is normaal.
De baby krijgt druppels met vitamine K.
Bij het tweede controle-onderzoek (U2) wordt de baby getest op zeldzame stofwisselingsziekten en taaislijmziekte (een long- en darmziekte). De dokter, vroedvrouw of verpleegkundige neemt een beetje bloed af.
Ook kunt u laten onderzoeken of de baby goed hoort (pasgeborenen-gehoorscreening).
Na ongeveer acht weken krijgt de baby een aantal vaccinaties, bijvoorbeeld tegen polio.