En el parto natural, el bebé llega al mundo a través de la vagina de la madre. La mayoría de los bebés nacen así.
El parto quirúrgico también se conoce como cesárea. La cesárea se realiza con anestesia para que la mujer no sienta dolor. El médico o la médico efectúa un corte en el vientre de la mujer, justo por encima del vello púbico. Después, saca al bebé a través de ese corte.
Razones para practicar una cesárea
Estas son algunas de las razones más frecuentes para practicar una cesárea:
- Que la cabeza del bebé sea demasiado grande para pasar a través de la pelvis materna.
- Que la placenta bloquee la entrada del útero (cuello uterino) o se desprenda antes de tiempo.
- Que una parte del cordón umbilical se haya salido por la entrada del útero pasando a la vagina. Esto puede provocar la asfixia del bebé.
- Que el bebé no esté colocado con la cabeza hacia abajo.
- Que venga más de un bebé.
- Que la madre tenga el VIH.
- Que la madre o el bebé tengan otras enfermedades que hagan imposible un parto natural.
Bij een geboorte komt de baby door de vagina van de moeder ter wereld. De meeste baby's worden op die manier geboren.
De chirurgische bevalling wordt ook wel keizersnede genoemd. Hiervoor krijgt de vrouw een verdoving, zodat ze geen pijn voelt. De dokter maakt een snede direct boven het schaamhaar op de buik van de vrouw. Door deze snede wordt de baby uit de buik gehaald.
Redenen voor een keizersnede
Dit zijn enkele van de meest voorkomende redenen voor een keizersnede:
- Het hoofd van de baby is te groot om door het bekken van de moeder te passen.
- De moederkoek ligt vóór de ingang van de baarmoeder (baarmoederhals) of de moederkoek komt te vroeg los.
- Een gedeelte van de navelstreng is door de ingang van de baarmoeder naar buiten gegleden en ligt in de vagina. De baby kan daardoor stikken.
- De baby ligt niet met het hoofd naar beneden.
- Er is meer dan één baby.
- De moeder is hiv-positief.
- De moeder of het kind heeft een andere ziekte die een natuurlijke geboorte onmogelijk maakt.