FRFrançais – Seins

Les seins sont les deux proéminences se trouvant à l’avant du corps d’une femme.

Sur le sein, on distingue le mamelon et l’aréole : 

  • mamelon (1) : petit bouton situé au milieu du sein ;
  • aréole (2) : cercle sombre entourant le mamelon.

Chaque sein se compose de graisse, de glandes mammaires et de canaux galactophores :

  • glandes mammaires (3) : petits organes qui produisent le lait maternel ;
  • canaux galactophores (4) : petits tuyaux qui amènent le lait au mamelon.

Fonctions des seins

Les seins ont 2 fonctions :

  1. Après une naissance, les seins de la mère produisent du lait maternel, qui vous permet d’allaiter votre bébé.
  2. Les mamelons sont très sensibles. Le fait de toucher ou de caresser les mamelons d’une femme peut lui procurer du plaisir sexuel. Quand une femme est excitée sexuellement, ses mamelons durcissent. Vos mamelons peuvent également durcir pour d’autres raisons, par exemple quand vous avez froid.

Forme des seins

La forme des seins varie d’une femme à l’autre. Les seins peuvent être petits ou grands, ronds ou légèrement ovales. Leur apparence n’a pas d’importance pour leur fonctionnement.

Les seins pendant la grossesse

Pendant la grossesse, vos seins se préparent à l’allaitement.
Ils

  • grossissent
  • deviennent plus sensibles et parfois douloureux,
  • sont susceptibles de laisser échapper un peu de lait maternel.

Les seins après l’accouchement

Après l’accouchement, vos seins laissent échapper un liquide, le colostrum. Il est riche en protéines et aide votre bébé à digérer. Si vous mettez votre bébé au sein, le bébé tète le mamelon, ce qui stimule la production de lait. Au bout de 2 à 3 jours, les seins de la mère produisent suffisamment de lait maternel pour nourrir le bébé.

Si le bébé est trop faible pour téter, il est possible d’exprimer le lait maternel à l’aide d’un tire-lait. Ainsi, le bébé peut quand même être nourri au lait maternel.

Certaines femmes n’ont pas suffisamment de lait maternel. Le bébé doit alors être nourri au lait artificiel.

À la fin de l’allaitement, la forme des seins s’est généralement légèrement modifiée. Les seins sont plus flasques, parfois aussi plus petits. Certaines femmes ne souhaitent pas allaiter pour que leurs seins gardent leur forme initiale.

NLNederlands – Borsten

De borsten zijn de twee welvingen aan de voorzijde van het vrouwelijk lichaam.

Op de borst zitten de tepel en de tepelhof:

  • Tepel (1): de kleine welving in het midden van de borst
  • Tepelhof (2): donkere kring rond de tepel.

Elke borst bestaat uit vet, melkklieren en melkkanalen:

  • Melkklieren (3): kleine organen die moedermelk produceren
  • Melkkanalen (4): kleine leidingen die melk naar de tepel voeren.

Functies van de borsten

De borsten hebben twee functies:

  1. Na de geboorte maken de borsten de moedermelk. U kunt met de moedermelk uw baby borstvoeding geven.
  2. De tepels zijn zeer gevoelig. Het aanraken of strelen van de borsten of tepels kan u seksueel genot geven. Als u seksueel opgewonden bent, worden uw tepels hard. De tepels kunnen ook om andere redenen hard worden, bijvoorbeeld als u het koud hebt.

Vormen van borsten

De borsten van iedere vrouw zijn anders. Borsten kunnen klein of groot, rond of licht ovaal zijn. Hoe ze eruit zien, is niet belangrijk voor de werking ervan.

Borsten tijdens de zwangerschap

Uw lichaam bereidt uw borsten tijdens de zwangerschap voor op het geven van borstvoeding.

De borsten

  • worden dan groter en
  • gevoeliger, soms doen ze pijn en
  • ze geven misschien al een beetje moedermelk.

Borsten na de geboorte

Na de geboorte scheiden uw borsten een vloeistof af, het colostrum. Deze is bijzonder rijk aan eiwitten en helpt de baby bij de eerste spijsvertering. Wanneer u uw baby aan de borst legt, zuigt de baby aan de tepel. Daardoor wordt de melkproductie gestimuleerd. Na twee of drie dagen produceren de borsten genoeg moedermelk om de baby te voeden.

Als de baby te zwak is om te zuigen, kan de moedermelk ook met een kleine borstpomp worden afgekolfd. De baby kan dan toch worden gevoed met moedermelk.

Sommige vrouwen hebben niet genoeg moedermelk. Dan wordt de baby gevoed met kunstmatige melk.

Na het afbouwen van de borstvoeding is de vorm van de borsten vaak een beetje veranderd. Ze zijn slapper en soms ook kleiner. Sommige vrouwen willen geen borstvoeding geven, om de vorm van hun borsten te behouden.