FRFrançais – Organes sexuels internes de la femme

Les organes sexuels se trouvant à l’intérieur du corps d’une femme (organes sexuels internes) sont :

Vagin

Le vagin est une cavité interne disposant d’une ouverture vers l’extérieur. Cette cavité mène vers l’entrée du col de l’utérus. Le vagin a une profondeur d’environ 10 cm.

Les parois du vagin sont élastiques et rapprochées l’une de l’autre. Elles peuvent se contracter (ce qui rétrécit l’ouverture du vagin) ou se relâcher.

Pendant la période des règles, la femme perd du sang par le vagin.

À l’entrée du vagin se trouve l’hymen, une fine membrane souple.

Pendant un rapport sexuel, le pénis entre dans le vagin (pénétration).

Lors d’un accouchement naturel, le bébé vient au monde en passant par le vagin de la mère.

Utérus

L’utérus a la taille et la forme d’une poire à l’envers. La partie étroite de la poire correspond au col de l’utérus.

Au cours d’une grossesse, l’utérus grossit au fur et à mesure que le bébé se développe. Après l’accouchement, l’utérus retrouve progressivement sa taille initiale.

Col de l’utérus

Le col de l’utérus est la partie de l’utérus reliée au vagin.
Généralement fermé, le col de l’utérus s’ouvre pendant l’accouchement sous la pression de la tête du bébé.

Trompes de Fallope

La femme possède 2 trompes de Fallope d’une longueur de 10 à 15 cm chacune. Elles sont positionnées de part et d’autre de l’utérus.

Les trompes acheminent les ovules hors des ovaires vers l’utérus.

Ovaires

Les ovules de la femme sont stockés dans les ovaires. Dès la naissance, une petite fille possède déjà son stock total d’ovules.

Un ovaire a la taille d’une fraise.

Les ovaires produisent les hormones féminines.

Chez une femme en âge de procréer, tous les mois, un ovule arrive à maturité dans les ovaires. Si cet ovule n’est pas fécondé, la femme a ses règles 14 à 16 jours plus tard. Il peut également arriver que plusieurs ovules arrivent à maturité au cours d’un même mois.

Les hormones féminines agissent sur la peau, la densité des os et l’humeur. Elles indiquent aussi au corps de la femme comment se préparer à une grossesse. 

Quand la femme avance en âge, la quantité d’hormones féminines qu’elle produit diminue. On parle alors de ménopause. Pendant cette période, de nombreuses femmes ont des variations d’humeur : elles peuvent passer de la tristesse à la joie d'un instant à l'autre. Elles peuvent également avoir des bouffées de chaleur. 

NLNederlands – Inwendige geslachtsdelen van de vrouw

De geslachtsdelen in het lichaam van een vrouw (inwendige geslachtsdelen) zijn:

Vagina (schede)

De vagina is een holte met een opening naar buiten. Deze holte leidt naar de ingang van de baarmoeder (baarmoederhals). De vagina is ongeveer 10 cm diep.

De vagina heeft elastische wanden die dicht bij elkaar liggen. De wanden kunnen worden aangespannen (wat de opening nauwer maakt) of ontspannen.

Tijdens de menstruatie bloedt een vrouw uit haar vagina.

Aan de ingang van de vagina zit het maagdenvlies. Dit is een krans van zacht weefsel.

Tijdens de geslachtsgemeenschap glijdt de penis in de vagina (penetratie).

Baby's komen bij de geboorte door de vagina ter wereld.

Baarmoeder (uterus)

De baarmoeder ziet eruit als een omgekeerde peer. Het smalle deel van de peer is de baarmoederhals.

De baarmoeder groeit tijdens de zwangerschap tegelijk met de baby. Na de geboorte wordt de baarmoeder langzaam weer kleiner.

Baarmoederhals (cervix)

De baarmoederhals steekt uit in de vagina en is een deel van de baarmoeder.

De baarmoedermond aan het begin van de baarmoederhals is normaal gesproken gesloten. Tijdens de geboorte gaat de baarmoedermond open omdat het hoofd van de baby van binnen tegen de baarmoederhals drukt.

Eileiders (tubae uterinae)

Een vrouw heeft twee ongeveer 10-15 cm lange eileiders, één aan elke kant van de baarmoeder.

De eileiders voeren eicellen van de eierstokken naar de baarmoeder.

Eierstokken (ovaria)

In de eierstokken liggen de eicellen van de vrouw. Al bij de geboorte heeft een vrouw al haar eicellen.

Een eierstok heeft de grootte van een aardbei.

De eierstokken produceren de vrouwelijke hormonen.

In de eierstokken rijpt bij geslachtsrijpe vrouwen meestal een keer per maand een eicel. Als de eicel niet wordt bevrucht, volgt ongeveer 14 tot 16 dagen later de menstruatie. Het kan ook gebeuren dat in een maand meer dan één eicel rijpt.

De hormonen hebben invloed op de huid, de botdichtheid en de stemming. Ze geven het lichaam signalen hoe het zich moet voorbereiden op een zwangerschap.

Als een vrouw ouder wordt, neemt de productie van vrouwelijke hormonen af. Dat heet menopauze. Veel vrouwen voelen zich dan afwisselend verdrietig en tevreden (stemmingswisselingen). Ze kunnen ook plotseling hevig zweten (opvliegers).